← Alle lessen · Les 17 van 18

Les 17: Leestekens en symbolen

De apostrof en de aanhalingstekens typ je met je rechterpink. Het vraagteken en de dubbele punt hebben Shift nodig. Het streepje staat op de cijferrij en typ je ook met je rechterpink. Met de indeling VS-internationaal zijn ' en " dode toetsen: druk daarna op de spatiebalk om het teken zelf te krijgen. Zo maak je ook accenten: ' en dan e geeft é, " en dan e geeft ë, " en dan i geeft ï.

Letters met accenten oefen je verder in de woorden, zoals "één", "ideeën" en "café". Symbolen maken iedereen langzamer. Nauwkeurigheid is hier belangrijker dan snelheid.

Zo werkt elke les

Elke les heeft drie korte oefeningen: de nieuwe toetsen apart, een mix met toetsen die je al kent, en echte woorden. Je haalt een oefening met minstens 92% nauwkeurigheid. In de laatste oefening verdien je tot drie sterren, afhankelijk van je snelheid.